minister-ank-bijleveld_noventas-by-mindef

Minister van Defensie Bijleveld oogst bijval maar ook kritiek

Met de 1,5 miljard euro die dit kabinet jaarlijks in defensie steekt, is de krijgsmacht er nog niet. Wat minister Bijleveld (Defensie) betreft wordt al in 2020 gekeken of haar begroting omhoog kan. Ze krijgt bijval vanuit de Tweede Kamer en van vakbonden.
De minister presenteerde gisteren haar defensienota. Daarin staat wat er gebeurt met het extra geld dat in het regeerakkoord is vrijgemaakt voor defensie. Het gaat vooral op aan personele kosten, aanvullen van voorraden, moderniseren van wapensystemen en het vervangen van materieel. Van echte uitbreidingen is zo goed als geen sprake.




Om die stap te maken, is een verdere verhoging van de defensiebegroting nodig. Bijleveld nam daar een voorzichtig, maar duidelijk voorschot op. In 2020 zal de defensienota worden herijkt. „Het is helder dat hier een vervolg op moet komen”, aldus de minister over het huidige stuk.

Tevreden
In de Tweede Kamer worden de plannen overwegend positief ontvangen. VVD-Kamerlid André Bosman zegt tevreden te zijn. De kritiek dat het geld vooral gaat naar het opvullen van oude gaten in plaats van het vergroten van de slagkracht, legt hij optimistisch uit. „Ik heb de afgelopen jaren veel te weinig gehoord dat er geld bij moet. Dat nu iedereen dat begint te zien, daar ben ik blij mee.”
Het CDA zit op dezelfde lijn. Van de regeringspartijen laat alleen de ChristenUnie subtiel doorschemeren dat er op langere termijn meer nodig is. Kamerlid Voordewind spreekt van „een eerste stap richting versterking van de krijgsmacht.”

De SGP gaat het allemaal niet ver genoeg. SGP-leider Van der Staaij wil een verdubbeling van de investeringen. Kritiek is er ook op de inhoud. GroenLinks stelt dat er onvoldoende keuzes worden gemaakt. Kamerlid Diks vindt dat er te weinig geld gaat naar het uitbreiden van de cybercapaciteit. Als dat onderwerp als de bedreiging voor de toekomst wordt gezien, moet daar volgens GL ook echt voor worden gekozen. De PVV reageert teleurgesteld. Kamerlid Popken mist onder meer de extra slagkracht. „Hier wordt Nederland niet veiliger door.”

Overwinning
Voor de vakbonden geldt de defensienota als een overwinning. Uit het stuk blijkt onder andere dat ze de slepende strijd over het zogeheten AOW-gat hebben gewonnen. „De minister heeft een juiste keuze gemaakt door eerst voor het personeel te kiezen”, oordeelt duo-voorzitter Marc de Natris van de Gezamenlijke Officierenverenigingen.

„Ze heeft tegelijkertijd investeringen ten behoeve van een innovatieve en toekomstbestendige krijgsmacht en dus meer slagkracht voor zich uitgeschoven. Die investeringen zijn hoognodig om onze militairen in een onveiliger wereld hun werk goed en zo veilig als mogelijk te kunnen laten doen.”

Bron: Telegraaf / Defensie

bijleveld-mali-met-bauer-3_noventas-by-mindef

Nederlandse militairen zonder pantser onder volk in Mali

Voor het eerst sinds het rapport over het dodelijke mortierongeval ging er afgelopen week weer een minister op troepenbezoek in Mali. Ank Bijleveld (Defensie) stelde vast dat er op het vlak van veiligheid veel is verbeterd. Intussen zag ze onze militairen in Mali vervolmaken wat ze in Uruzgan zijn begonnen: robuust maar zonder onnodig machtsvertoon verkenningen uitvoeren over grote afstanden en daarbij aanklampen bij de bevolking. „We zijn de oren, de ogen en als het moet de tanden van de missie.”

Walhalla, zo hebben de Nederlandse militairen hun eet- en ontspanningsruimte genoemd in het VN-kamp in Kidal, Noord-Mali. Er hangen camouflagenetten tegen de blakerende zon, voor verpozing staat er een voetbaltafel, de voorraadkisten zijn goed gevuld (water!) en de jongens hebben geleerd naar behoren de dagelijkse maaltijden in elkaar te klussen. In de keuken staat een stel militairen met zwierige gebaren bruin schuimende vloeistof te gieten in versierde glaasjes, thee op Malinese wijze, zo blijkt.

Knooppunt
De jongens hebben zich de theeschenktechniek eigen gemaakt voor als ze informanten uit de bevolking op het kamp ontvangen. Kidal is in de woestijnstaat met een oppervlakte van 37 keer Nederland een knooppunt op de weg de Sahara in, richting Algerije, en verder naar Europa. Wie meer wil weten over smokkel, illegale migratie en opstandige groepen die elkaar en de staat bestrijden, moet hier zijn.




Daarom ook gaan groepjes Nederlandse verkenners dagelijks de poort uit om inlichtingen in te winnen. Ze zijn zelfvoorzienend en bewapend met zware mitrailleurs om als het moet de tanden te laten zien. Toch is vrienden maken het uitgangspunt, legt luitenant Jan uit als hij vanaf de wachttoren wijst op het pal naast het kamp gelegen Kidal, een stad van nog geen 10.000 inwoners. De patrouilles gaan per open quad. „Hierdoor zijn we benaderbaar”, zegt Jan. „De bevolking herkent het geluid van de quads, kinderen komen al aanrennen als ze ons horen. We hoeven geen straten af te sluiten om ons te verplaatsen. We hoeven überhaupt geen gewone wegen te nemen. Zo omzeilen we ook eventuele IED’s (’bermbommen’).”

Ondanks het ideale ’vechtweer’, zo ruim voor het regenseizoen, is het rustig. Gewapende terreurgroepen lijken hun posities vast te houden. Bovendien eisen belangrijker zaken de aandacht op van avonturiers. Op twee plekken in de omgeving is goud gevonden.

Vanaf ’Walhalla’ dragen de 25 Nederlanders dagelijks een schild naar buiten ter nagedachtenis aan korporaal Kevin Roggeveld en sergeant der 1e klasse Henry Hoving, die in juli 2016 omkwamen bij een mortierongeval buiten het kamp. De wachttoren verderop heet de Henry en Kevintoren.

Togolezen
Het is op het eerste gezicht de enige verandering na het ongeval en het kritische rapport dat de vorige defensieminister tot aftreden dwong. Verderop in het kamp hebben de Togolezen die het veldhospitaal runnen de nervositeit uit Nederland gemerkt. Hier werd de derde militair die bij het mortierongeval zwaargewond raakte levensreddend geopereerd.

Vandaag krijgen ze bezoek van de minister en de commandant der strijdkrachten, maar dat is al de vierde hoge delegatie uit Nederland die ze in korte tijd ontvangen. Er is intensief getraind met de Nederlanders. De procedures zijn aangescherpt. Als de Togolese kolonel de delegatie rondleidt, worden er al snel schouders beklopt en handen gedrukt met twee handen: alles in orde. De kolonel krijgt een wapenschild van de minister.

missiegebied-mali_noventas-by-telegraaf

Precies 285 kilometer verderop draaien munitietechnici via een ingenieuze opstelling op afstand de ontsteking uit mortiergranaten van 60 millimeter. Hier, aan de rand van kamp Castor, achter muren van hesco’s (gekorfd jute gevuld met zand of grind) worden de mortiergranaten nauwgezet ontmanteld, de onderdelen onderzocht en gedocumenteerd, 1.183 keer achter elkaar, de hele partij van die ene ongeluksgranaat. De springladingen gaan buiten het kamp gecontroleerd de lucht in. Ook in de stoffige hitte van Gao is veiligheid de leidraad geworden.

Korporaal Sam, voertuigtechnicus en chauffeur van een viertonner, staat met Zeeuwse tongval te foeteren op zijn maten. Dat ze hun spullen niet goed verzorgen, de voertuigen te grof behandelen en dat ze zo lelijk zijn – dat sowieso. De scheldpartijen verhullen amper dat Sam in zijn element is, vooral als tijdens langeafstandsverkenningen een vrachtwagen in het woestijnzand komt vast te zitten of een pantserwagen panne heeft.

Verkenners
Verkenners van de Luchtmobiele Brigade kammen vanaf Gao regelmatig gebieden uit op een afstand van 800 kilometer. Ze zijn volledig zelfvoorzienend om weken van het kamp te blijven en zwaar genoeg bewapend om in te grijpen als het nodig is. En waar de Duitsers alleen ’onder pantser’ rijden, bewegen de Nederlanders zich zoveel mogelijk in open jeeps.

„Als je een oord binnenrijdt, voel je meteen hoe de sfeer is”, zegt korporaal Jochem. „Is er een markt? Goed teken. Komen er kinderen op je af rennen? Ook goed. Omdat we langer in een gebied opereren, krijgen we ook sneller vertrouwen van de bevolking.” Om het contact te verbeteren, nemen ze frisbees mee voor de kinderen en af en toe wat eten voor de allerarmsten.

„Soms voel je als je ergens binnenrijdt: foute boel.” De bevolking kijkt angstig, mannen duiken weg. Dan begint het uitzoekwerk: wie zijn hier de spelbepalers? Zijn het groepen die het vredesakkoord hebben ondertekend? Houden ze zich eraan? Zijn het gewapende terroristische groepen? Met wie vormen ze coalities? De informatie gaat meteen naar de force commander, de hoogste militaire baas. „We zijn de oren, ogen en als het moet de tanden van de missie”, zegt overste Haran Gorissen, commandant van de verkenningseenheid.

En waar de Fransen met contraterreuroperaties de filialen van Islamitische Staat en Al Qaeda uit de weg ruimen, zijn de acties van de Nederlanders vooral gericht op het vredesproces. Daarin zijn ’bemoedigende stappen’ gezet, stelt Bijleveld vast als ze de troepen toespreekt, haar kleren en bergschoenen dof van het stof. Er zijn 60.000 vluchtelingen en 400.000 ontheemden teruggekeerd in Noord-Mali, 341 ton munitie onschadelijk gemaakt. „Maar jullie kunnen niet van Mali een gezond, welvarend, democratisch land maken. Alleen de Malinezen zelf kunnen dat. Jullie kunnen wel de voorwaarden scheppen die vrede mogelijk maakt. Een missie die leed verzacht en de Malinezen hoop geeft op een betere toekomst.”

Bron: Telegraaf / Defensie