mariniers_noventas-by-mindef

Mariniers lopen weg vanwege verhuizing naar Vlissingen

Het Korps Mariniers kampt met een grote leegloop doordat de kazerne in 2022 gaat verhuizen van Doorn naar Vlissingen. De militairen die nu in de provincie Utrecht zijn gestationeerd zien het niet zitten om naar Zeeland te gaan, meldt de Volkskrant.
Uit cijfers die deze week naar de Tweede Kamer worden gestuurd blijkt dat in het eerste kwartaal van dit jaar 73 mariniers vertrokken. In de voorgaande jaren waren dit er gemiddeld 23 per kwartaal.
Als de leegloop doorzet, dan is het personeelsbestand van de elite-gevechtseenheid aan het einde van het jaar met 10 procent gekrompen. “Als dit zo doorgaat is er straks geen korps meer om te verhuizen”, zegt voorzitter Bert van de Wakker van de medezeggenschapscommissie van het Korps Mariniers tegen de krant.




Zorgen om banen en koophuizen
De mariniers zijn vooral bang dat hun partners in Vlissingen geen nieuwe baan kunnen vinden. Ook vrezen ze dat ze een koophuis nooit meer kwijtraken als ze weer weg willen uit de Zeeuwse stad. Daarnaast zouden er te weinig schietbanen zijn en zijn de militairen daardoor vaker van huis door schiettrainingen elders in het land.
Volgens voorzitter Debie van de vakbond voor burger en militair defensiepersoneel (VBM) speelt het gebrek aan trainingsfaciliteiten bij de nieuwe kazerne juist een belangrijke rol. “Het is een politieke beslissing geweest om de mariniers naar Vlissingen te verhuizen. Dan mag je op zijn minst verwachten dat alle beloofde voorzieningen als een schietbanen en dergelijke aanwezig zijn, maar daar zijn geen financiële middelen voor.”

Heel zorgelijk
Debie zegt dat zijn vakbond nog in gesprek is met politieke partijen om meer geld los te krijgen voor de nieuwe kazerne in Vlissingen.
Premier Rutte noemt de ontwikkeling “heel zorgelijk”. In het televisieprogramma Goedemorgen Nederland zei hij dat hij contact heeft gehad met staatssecretaris Visser van Defensie.
Volgens de premier is niet zeker dat de verhuizing de enige oorzaak is. “Ze zijn het aan het uitzoeken”, zei Rutte. “Het zijn mensen die ongelooflijk belangrijk werk voor Nederland doen. We moeten ervoor zorgen dat ze het naar hun zin hebben. En hun gezinnen.”

De Koninklijke Marine erkent dat veel mariniers hun biezen pakken, maar een woordvoerder zegt tegen de Volkskrant dat het “nog geen invloed heeft op de gevechtskracht op operaties”. Wel is een eenheid tijdelijk opgeheven. “Beter twee goed gevulde squadrons, dan drie deels gevulde”, is de verklaring.
Volgens Van de Wakker vertrekken vooral onderofficieren en zijn die lastig te vervangen, omdat het gemiddeld 5 tot 10 jaar duurt voor iemand onderofficier wordt.

De gemeente Utrechtse Heuvelrug, waar Doorn onder valt, noemde de verhuizing in 2012 “een sociale en economische ramp”. Een pleidooi om de kazerne te renoveren werd destijds genegeerd.

Bron: NOS / Defensie

Den Haag, 28 juni 2014
Veteranendag 2014 oa in de Ridderzaal, het defile voor de koning Willem Alexander, minister president Mark Rutte, minister van defemsie Jeanine Hennis Plasschaart en de CDS generaal Tom Middendorp. Foto: MCD/Evert-Jan Daniels

Laatste ‘Zwarte Duivel’ Maasbruggen 1940 overleden

William ‘Bill’ Ramakers, de laatste veteraan van de strijd om de Maasbruggen, is vannacht op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats London (Canada) overleden. Als 17-jarige marinier vocht Bill in de Meidagen van 1940 dagenlang met zijn kameraden tegen de Duitse invasiemacht in Rotterdam. Vanwege hun standvastige verzet kregen de mariniers, gekleed in donkerblauwe uniformen, van de Duitsers de bijnaam ‘die schwarzen Teufel’: de Zwarte Duivels.

Tot begin 2014 was het bestaan van Bill Ramakers bij Defensie niet bekend. Na het overlijden van zijn echtgenote besloot de oud-korporaal van de mariniers contact op te nemen met het ministerie.




Als held onthaald
In een brief maakte hij zijn grote wens bekend om nog 1 keer Nederland en in het bijzonder Rotterdam te bezoeken. Een wens die dezelfde zomer nog in vervulling ging, toen de Koninklijke Marine Bill Ramakers met zijn 2 dochters naar Nederland haalde.
Daar woonde hij de Rotterdamse Veteranendag op de Van Ghentkazerne bij, om vervolgens op de Nationale Veteranendag in Den Haag als een ware held te worden onthaald door koning Willem-Alexander en premier Mark Rutte. In de openingstoespraak in de Ridderzaal stond Rutte stil bij de ervaringen van deze ‘Zwarte Duivel’: “Verhalen moeten worden verteld, zodat we in Nederland beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat we die te danken hebben aan Ramakers en zijn kameraden en aan al die andere veteranen.”

Bill Ramakers raakte op 10 mei 1940 als marinier in opleiding betrokken bij de slag om Rotterdam. Samen met zijn kameraden wist hij de Duitse opmars over de Nieuwe Maas tot staan te brengen. Uiteindelijk werd het centrum van de Maasstad op 14 mei 1940 gebombardeerd. Ramakers was toen al krijgsgevangen gemaakt, maar wist kort daarna te ontsnappen. Na de bevrijding van het zuiden van Nederland in 1944 vertrok Ramakers als marinier naar achtereenvolgens Schotland en Camp Lejeune in de Verenigde Staten.

Daar kreeg hij een zware opleiding, met als doel om met de Mariniersbrigade deel te nemen aan de invasie van Japan als dat land niet zou capituleren. Het liep anders en de Mariniersbrigade en Ramakers vertrokken naar het voormalig Nederlands-Indië, om pas in 1948 weer in Nederland terug te keren. In 1951 emigreerde het jonge gezin Ramakers naar Canada.

Bron: Defensie