de-multi-missie-radar_noventas-by-mindef

De drones en radars waar defensie ‘herstel-miljoenen’ aan besteedt

Defensie staat er slecht voor, zeggen deskundigen. De 400 miljoen die het kabinet vanaf volgend jaar beschikbaar stelt, is dan ook hard nodig. Met dat geld moet de achterstand op andere landen worden weggepoetst. “De nood is gewoon hoog”, beaamde Minister van Defensie Bijleveld vorige week.
Haar defensie-begroting werd gisteren en vandaag besproken in de Tweede Kamer. In totaal trekt het kabinet deze regeerperiode 1,5 miljard euro uit voor de krijgsmacht. De miljoenen die in januari vrijkomen zijn nog maar een eerste stap, zei de minister, maar wel een belangrijke.

Er moet nog veel meer gebeuren, vindt veiligheidsadviseur Peter Wijninga van het Haags Centrum voor Strategische studies. “Door deze investeringen valt Nederland in ieder geval internationaal niet meer uit de toon.”
Defensie-adviseur Henk Geveke van onderzoeksinstituut TNO sluit zich daarbij aan. “Dit bedrag wordt vooral gebruikt voor reparatie en herstel. Het piept en kraakt bij defensie.”
Het kabinet wil de grootste problemen oplossen door geld te investeren aan materieel, trainingen en transport. Dat betekent dat het aantal instructeurs en opleidingsplaatsen bij de krijgsmacht wordt uitgebreid, maar ook dat er nieuwe drones en radars worden aangeschaft.




‘Alles tegelijk in beeld’
Op de oude vliegbasis De Peel in Limburg is vorige week zo’n nieuwe radar getest. Het systeem kan kleine drones en langeafstandsraketten detecteren en ziet het verschil tussen een pingpongbal en een handgranaat.
“Wij zijn met deze radar in staat alles tegelijk in een beeld weer te geven”, vertelt een medewerker van technologiebedrijf Thales. De radar scant en bewaakt het luchtruim. Het systeem kan honderden doelen tegelijkertijd in kaart brengen en kan precies voorspellen waar een raket neerkomt.
Daarmee past de technologie in het nieuwe beleid van de krijgsmacht, zegt Wijninga. “Dit systeem stelt defensie in staat vroegtijdig een raketaanval te signaleren en kan zo een tactisch voordeel bieden.” Op dat gebied loopt defensie volgens hem achter. “Terwijl het in de toekomst steeds belangrijker wordt om de tegenstander een stap voor te zijn.”

reaper_noventas-by-mindef

Kerosine uitsparen met drones
Ook de drones die Nederland wil kopen, zijn vooral bedoeld om informatie te verzamelen. De Reaper-drones kunnen vanaf grote hoogte activiteiten waarnemen op de grond. De onbemande vliegtuigen hadden eigenlijk al jaren geleden moeten worden aangeschaft, maar toen was er geen geld beschikbaar.
De luchtmacht kan de drones goed gebruiken, zegt Geveke: “De toestellen kunnen vanuit de lucht een groot gebied verkennen en inlichtingen verzamelen. Op die manier kan kostbare kerosine van straaljagers worden uitgespaard en kan de luchtmacht veel efficiënter werken.”
De drones komen op vliegbasis Leeuwarden te staan. Of ze ook worden bewapend, wilde minister Bijleveld nog niet zeggen.

Volgens de minister wordt verder geïnvesteerd in mijnenopruimers, medische voorzieningen en transport bij buitenlandse missies. Al die zaken zijn belangrijk zodat Nederland zich ook in de toekomst bij oorlogscoalities kan aansluiten, zegt Wijninga.
Maar om voorbereid te zijn op dreigingen vanuit het buitenland, zijn meer investeringen nodig, legt de veiligheidsadviseur uit. “Vooral op het gebied van cyberveiligheid kan veel worden verbeterd.” Daarnaast moet Nederland het langer kunnen uithouden op missies. “Nu lukt dat vaak maar een jaar en moeten Nederlandse militairen daarna weer naar huis.”
Dat Nederland een goed getrainde krijgsmacht heeft, wordt internationaal erkend. Maar qua materieel kan er veel beter, zegt Wijninga. Volgens Geveke ligt de crux vooral bij innovatie en technologische vooruitgang. “Daarom kijk ik al uit naar de begroting van volgend jaar. Dan kunnen er echt stappen worden gemaakt.”

Bron: NOS/ Defensie

oudere-tanks_noventas-by-mindef

Bauer: Defensie en TNO hebben elkaar nodig

Om aangehaakt te blijven bij de nieuwste ontwikkelingen is samenwerking tussen Defensie en TNO zeer belangrijk. Beide hebben al 70 jaar een bijzondere band. “Die heeft ons veel gebracht en ook wederzijds afhankelijk gemaakt”, aldus Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer. “TNO kan niet zonder Defensie en Defensie kan niet zonder TNO.”
Hij zei het vandaag in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg ter gelegenheid van 70 jaar TNO defensieonderzoek. Er zijn volgens Bauer maar weinig landen die deze bijzondere constructie kennen: een kennisinstituut dat los staat van de defensieorganisatie en dat tegelijkertijd tot in de haarvaten aanwezig is.

Synergie
Bauer zei dat graag zo te willen houden. “Sterker nog: wij koesteren de onafhankelijke, wettelijk vastgelegde positie van TNO. Die betekent namelijk dat TNO ook onderzoek doet voor derden. Dat levert synergie op. Het stelt TNO in staat om ons internationaal te vertegenwoordigen. Daardoor heeft het ingangen, die er anders niet zouden zijn. En dat komt uiteindelijk ook Defensie ten goede.”
Gebruikers en onderzoekers moeten volgens Bauer constant met elkaar in gesprek blijven. Anders komen kennis en innovatie niet goed tot stand. Defensie is in toenemende mate afhankelijk van innovaties uit de commerciële sector. Die zijn soms rechtstreeks bruikbaar in vliegtuigen, schepen, gevechtsvoertuigen of andere systemen. Hij is voorstander van ‘van de plank’ kopen waar dat kan en zelf ontwikkelen waar nodig.




Schadelijke effecten bezuinigingen
Luitenant-admiraal Bauer zei dat de bezuinigingen ervoor hebben gezorgd dat het piept en het kraakt bij Defensie. Zij hebben ook de relatie tussen Defensie en TNO beïnvloed. “Ik kan dat niet mooier maken dan het is. Maar met de extra middelen die aan Defensie zijn toegekend, is het tij gekeerd.”
Het kennisinstituut moet voor Defensie onderzoeken wat de technologieën van de toekomst zijn. “Dat is diepgaand risicodragend verkennend onderzoek. Trial and error”, aldus Bauer. “Onze krijgsmacht moet robuust weerstand kunnen bieden aan dreigingen en moet zich ook constant kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Korte termijn- en lange termijninspanningen zijn nauw met elkaar verweven.”

Revolutionaire innovaties
Bauer brak een lans voor investeren in internationale samenwerking in zowel NAVO-als Europees verband. Dat soort samenwerkingsverbanden kunnen zorgen voor lagere kosten, snellere innovatie, meer interoperabiliteit, minder dubbel werk en meer gemeenschappelijke standaarden. “Dat is allemaal hard nodig. Want de dreigingen waar we mee te maken hebben, worden steeds diverser en complexer. Samen kunnen wij komen tot de revolutionaire innovaties, waar onze militaire geschiedenis bol van staat. Ik ben benieuwd wat dat ons gaat brengen, want innovatie is nooit wat je verwacht.”

Bron: Defensie