marco-kroon_noventas-by-mindef

Marco Kroon blijft koelbloedig

Oorlogsheld, uithangbord voor defensie en vooral iemand die pal staat voor ’zijn’ kerels. Ridder Willemsorde Marco Kroon die tien jaar na dato heeft gemeld dat zijn eenheid in Uruzgan een vijand doodde en dat destijds niet rapporteerde, is een militair in hart en nieren. Hij doorstond stormen en denkt ook deze te doorstaan.
Met veteraan Marco ging het niet goed. Zijn leven liep uit de rails na het zien van aanslagen met bermbommen waarbij collega’s om het leven kwamen. Hij eindigde op een onderkomen voor veteranen in Assen. Daar ontmoette hij die andere Marco. Het klikte meteen tussen de twee.
Majoor Marco Kroon, oud-commando, gedecoreerd met de hoogste dapperheidsonderscheiding. De misschien wel bekendste Uruzgan-veteraan die de Willemsorde dankt aan heldendaden tijdens verkenningen in Afghanistan (2006). In zijn huidige rol als medewerker van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht koppelde de majoor zijn naamgenoot aan een opleiding voor explosievenhonden. Zo kreeg de oud-strijder een taak in een leven dat maar langzaam weer crescendo gaat.

Missie
Tijdens de overhandiging van de pup vertelde Kroon hoe mooi hij het vindt om met zijn bekendheid en netwerk dit soort dingen mogelijk te maken. Leger en bedrijfsleven aan elkaar knopen. Klaar staan voor veteranen. Dat ziet Kroon nu als zijn missie. „Ik ben laatst aan het sterfbed van een veteraan geweest. Dat is zwaar ja”, vertelde hij De Telegraaf vorig jaar juli. „Maar als iemand dat heel graag wil, wie ben ik om dan niet te gaan?”




Voor Kroon liep het ondanks de Willemsorde na Afghanistan ook niet allemaal op rolletjes. Krap een jaar na zijn met veel ceremonieel omklede benoeming raakte hij in een strafzaak verzeild. De militair zou cocaïne en een illegaal wapen hebben bezeten. Hij werd alleen veroordeeld voor het stroomstootwapen, maar het was een flinke deuk in zijn heldenimago, dat door defensie zo zorgvuldig was neergezet. Kroon werd ridder nadat defensie niet zoals gepland het hele Korps Commando Troepen die eer kon bewijzen omdat een groep elitemilitairen in Oostenrijk bij een kroeggevecht betrokken raakte.

Als echte commando die wel tegen een stootje kan, knokte Kroon zich terug. Hij ging naar officiële gelegenheden waar je als ridder geacht wordt te verschijnen en stond er met kaarsrechte rug. Hij leek zich niet al te druk te maken om wat anderen over hem dachten. Tijdens zijn laatste interview met De Telegraaf in december gaf hij eerlijk toe dat alle publiciteit rond de strafzaak niet prettig was geweest. Maar het hoort erbij. Kroon koesterde geen wrok. Hij bleef in de kern de gewone jongen uit Den Bosch die held met de bijbehorende status werd. Bijna per ongeluk.

Gevaar
De schriftelijke verklaring die Kroon liet uitgaan, ademt dezelfde rust. Zelfs al heeft hij die wellicht afgelegd omdat iemand anders dreigde naar buiten te treden. Zoals een gerucht luidt. „Ik heb als commandant een vijand moeten uitschakelen die een ernstig gevaar vormde voor de operatie en het leven van mijn mannen en mijzelf. Gelet op de grote politieke en militaire gevoeligheid en het hoge afbreukrisico heb ik dit incident lange tijd geheim moeten houden. Ik wilde en kon de operatie niet in gevaar brengen. De uitkomst van onderzoek van het OM zie ik met vertrouwen tegemoet. Ik heb naar eer en geweten gehandeld.”

Bron: Telegraaf / Defensie

Hilversum 21-11-2017 
De Inspecteur Generaal der Krijgsmacht  (IGK) 
De luitenant-generaal Hans van Griensven. Heeft vandaag op zijn hoofdkwartier de Zwaluwenberg  Molukse KNIL veteranen ontvangen. In het kader van erkenning en waardering voor deze oud militairen en hun familie.

IGK bedankt KNIL-veteranen voor inzet

“Ik ontvang u als Ambonese KNIL-veteranen graag, omdat u ons Koninkrijk trouw hebt gediend als militair in oorlogsomstandigheden.” Met die woorden ontving de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht (IGK) luitenant-generaal Hans van Griensven gisteren 10 Molukse veteranen op De Zwaluwenberg. De IGK betoonde de KNIL-veteranen (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) met de ontvangst de erkenning en waardering waar zij recht op hebben.

De ontmoeting volgde na contact tussen de IGK en Leo Rawaruw. Hij, zelf veteraan, sprak Van Griensven aan over de veteranen van de generatie van zijn ouders.
De Molukse militairen verdedigden Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog en deden daarna mee aan de politionele acties.




Kille ontvangst
Van Griensven: “Leo Reawaruw vertelde mij dat u als Ambonese KNIL-veteranen nooit de erkenning en waardering hebt gekregen die u hebt verdiend. Sterker nog: In Indië stond u bekend als de meest trouwe militairen van het KNIL. Hier in Nederland kreeg u een ontzettend kille ontvangst. Niet de ontvangst die eigenlijk hoort voor mensen die het Koninkrijk als militair dienden en daarbij soms hun leven op het spel hebben gezet.”

De IGK zei het verleden niet te kunnen terugdraaien, maar er wel iets aan te willen doen. Van Griensven: “Daarom bent u vanavond hier. Ik ontvang u graag in de mooiste omgeving die ik u kan aanbieden: mijn hoofkwartier. Dat was ook jarenlang het hoofdkwartier van Prins Bernhard. Ik ontvang u als Ambonese KNIL-veteranen graag, omdat u ons Koninkrijk trouw hebt gediend als militair in oorlogsomstandigheden. Daarvoor verdient u respect.”

Dank u wel
Namens de minister van Defensie en de regering bedankte de IGK de veteranen voor hun inzet als militair. “Voor uw inzet in het belang van Nederland, verdient u de dankbaarheid van de Nederlandse samenleving”, zo zei hij. Leo Reawaruw zei blij te zijn met de aandacht en erkenning: “Wij maken vandaag het verschil. Onze vaders zijn KNIL-militairen oftewel Nederlandse militairen en veteranen.”

De IGK is tevens Inspecteur der Veteranen en bood de KNIL’ers en hun 80 familieleden en vrienden in die rol een luisterend oor. Daarnaast waren er mensen aanwezig van de Defensiestaf, het Comité Veteranendag en het Veteraneninstituut. Zij hielpen de genodigden met informatie over bijvoorbeeld een veteranenstatus, veteranenpas of een kwijt geraakte veteranenspeld. Ook was er een antwoord op vragen hoe onderscheidingen zijn aan te vragen.

Bron: Defensie