erik-akerboom_noventas-by-politie

Korpschef Akerboom: Ik kom in cao-gesprekken wél voor collega’s op

Korpschef Erik Akerboom van de Nationale Politie weerlegt kritiek dat hij zich tijdens de cao-onderhandelingen pal achter justitieminister Grapperhaus schaart en zijn mensen niet steunt. ,,Collega’s mogen verwachten dat ik aan tafel voor hen opkom”, meldt Akerboom in een via Twitter verspreidde verklaring.

Akerboom neemt anders dan zijn voorgangers geen neutrale positie in tijdens de cao-onderhandelingen tussen vakbonden en ministerie. De korpschef van de Nationale Politie praat voor het eerst mee als werkgever. Voorafgaand aan de onderhandelingen ondertekende hij samen met minister Grapperhaus (Justitie & Veiligheid) een zogeheten ‘inzetbrief’. Daarin staan de uitgangspunten van de werkgever – het ministerie van Justitie en Veiligheid – in de komende cao-gesprekken.

Politiemensen, vakbondbestuurders en Tweede Kamerleden oordeelden gisteren fel over de opstelling van korpschef Erik Akerboom. Volgens politiebonden NPB en ACP zijn agenten uit het hele land ‘kwaad’ over de brief en verwijten ze Akerboom dat hij niet voor hen opkomt. Politiemensen vragen volgens de bonden ,,na een loodzware reorganisatie van vier jaar” om meer flexibiliteit. ,,ze hebben het gevoel dat ze nog meer moeten inleveren.”




‘Gezond en goed toegerust’
De korpschef weerlegt dat verwijt. ,,Collega’s mogen van me verwachten dat ik aan tafel voor hen opkom om gezond en goed toegerust bij de politie goed hun werk kunnen doen. De samenleving mag verwachten dat ik ervoor zorg dat de politie kan doen wat nodig is om de veiligheidsproblemen aan te kunnen’, schrijft hij op zijn Linkedin-pagina.

Zijn handtekening onder de ‘inzetbrief’ is louter een formaliteit. Akerboom: ,,De minister geeft ons namens het kabinet de (financiële) kaders en zijn ministerie zit aan tafel om die te bewaken. Mijn handtekening staat onder de inzetbrief omdat ik zo laat zien binnen welke kaders we aan de slag gaan. Eenieder heeft zijn rol aan tafel.”

‘Goede cao’
De korpschef heeft zin in de cao-onderhandelingen, blijkt. ,,Ik kijk uit naar die, soms stevige, gesprekken maar ik laat me daarbij niet tegenover mijn eigen mensen zetten. Ik heb er vertrouwen in dat we met elkaar tot een goed resultaat zullen komen. Ons gezamenlijk doel is een goede cao die recht doet aan de collega’s en ons als organisatie klaar maakt voor de toekomst.”

Akerboom vindt het de doodnormaalste zaak van de wereld dat hij als korpschef aan tafel zit bij de onderhandelingen. ,,Ik vind het belangrijk -en eigenlijk niet meer dan logisch- dat we als korpsleiding rechtstreeks partij zijn bij die gesprekken. Meer dan voorheen. Om tot een goede cao voor onze eigen medewerkers te komen, met afspraken die we ook na kunnen komen.”

Bron: AD / Politie

monteurs-113-herstelpeloton-air-assault_noventas-by-mindef

Defensie naar Netflix-model: Flexkracht wordt het toverwoord

Door het inzetten van flexkrachten en delen van materieel met het bedrijfsleven hoopt defensie zich snel te kunnen omvormen tot een leger dat klaar is voor de dreigingen van nu.
Defensie probeert door samenwerking met bedrijven en andere overheden meer cyberspecialisten, artsen, monteurs en vrachtwagenchauffeurs binnen te krijgen. Dit zijn functies waar de krijgsmacht veel vacatures kent. Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer hoopt die deels in te vullen door personeel te gaan delen met andere werkgevers. Hetzelfde zou kunnen met materieel; bijvoorbeeld vrachtwagens. Het grootste deel van het jaar rijden ze voor transportbedrijven, maar tijdens grote oefeningen of missies kan het leger ze opeisen.
De deze herfst aangetreden hoogste militair van ons land heeft een serie problemen op zijn bordje. Tot de grootste behoren: duizenden vacatures, een door een kwarteeuw bezuinigingen aangetast materieelpark en tegelijkertijd snel toenemende en veranderende dreigingen in de wereld. Volgens de luitenant-admiraal voldoen traditionele oplossingen niet meer.

Jaren verder
„Dat zou betekenen er intern over praten, afstemmen in het Haagse met andere departementen, overleg met bonden… Voordat je iets voor elkaar hebt, ben je jaren verder en kan je al bijna weer beginnen met de reorganisatie. Ik heb het gezien met de instelling van ons Cyber Commando. Tussen de conclusie dat we dat nodig hadden en het moment dat er een club van vijftig man aan het werk was, zat vier jaar. In de wereld van vandaag heb je die tijd niet. De krijgsmacht moet zich sneller kunnen veranderen.”
Commandant der Strijdkrachten (CDS) Rob Bauer zoekt de oplossing in een leger dat zich voortdurend en snel kan aanpassen naar de behoefte en omstandigheden. Zowel als het gaat om mensen als om materieel. Het voorbeeld van hoe dat kan, komt uit de Uruzgan-periode. Defensie had toen veel chirurgen en anesthesisten nodig. Omdat voor hen buiten missies nauwelijks werk is, maakte de krijgsmacht afspraken met ziekenhuizen. Zij stellen personeel wat zin in dit zware werk heeft op elk gewenst moment ter beschikking. In ruil daarvoor betaalt defensie permanent een deel van hun salaris.




„In jaren zonder missies is dat financieel mooi voor het ziekenhuis”, legt Bauer uit. „Voor ons is het de investering waard omdat we zeker over deze mensen kunnen beschikken. Datzelfde zouden we bijvoorbeeld kunnen doen met chauffeurs, monteurs en ict-personeel. De beste cybermensen kunnen wij niet eens betalen. Tegelijkertijd hebben we ze wel iets te bieden: ze mogen bij ons legaal hacken. Van die ervaring worden ze beter en profiteren ze in hun dagelijkse werk. Wanneer wij afspraken met bedrijven maken en die mensen bij twee bazen tegelijk werken, hebben zij en wij het beste van twee werelden.”

Schil
„Het gaat met name om functies in de schil om onze gevechtseenheden heen. Een infanterist, matroos of marinier kan je niet flexibel inhuren. Hun vaardigheden en opleiding vind je alleen bij ons. Maar onderschat het belang van de ondersteunende eenheden niet. Een flink deel van de eerste 400 miljoen die we nu investeren, gaat daarheen.
Tijdens de bezuinigingen zijn de ondersteunende eenheden het zwaarst aangepakt en het gaat om personeel – bijvoorbeeld techneuten – dat ook elders zeer gewild is.”
Niet alleen het bedrijfsleven ziet defensie als mogelijke partner. Ook andere overheden zijn daar wat Bauer betreft geschikt voor. Zo lijkt het hem logisch dat militairen van gevechtseenheden die traditioneel jong instromen om een paar jaar later het leger weer te verlaten, gekoppeld worden aan bijvoorbeeld de politie. Daar is juist een groot tekort aan mensen terwijl de basisvaardigheden van militairen en agenten overlappen. „Ik zit maandelijks met Erik Akerboom (hoofd nationale politie red.) en dan is dit een van de onderwerpen waar we het over hebben.”

monteurs-van-113-herstelpeloton-air-assault_b_noventas-by-mindef

Truckers
Ook materieel zou kunnen worden gedeeld. Defensie kijkt in eerste instantie naar zwaar materieel als graafmachines, hoogwerkers en vrachtwagens. Daarvan zijn er op piekmomenten zoals tijdens grote oefeningen of inzetten veel meer nodig dan in de rest van het jaar.
De Commandant der Strijdkrachten denkt aan het kopen van trucks samen met een transportbedrijf. De onderneming zet de wagens het grootste deel van het jaar in, maar wanneer het leger ze nodig heeft, kunnen ze met chauffeurs en al onder de wapenen worden gebracht. Alleen in geval van missies zouden truckers of andere deeltijdkrachten een militaire training moeten volgen en als reservist worden ingezet.
Bauer wil zich niet vastpinnen op hoeveel openstaande functies zo kunnen worden ingevuld of hoeveel geld er met de uitvoering van dit project is gemoeid. „Dat vinden controllers ook moeilijk”, glimlacht hij. Het gaat hem vooral om de denkrichting en het gevoel dat mensen binnen defensie moeten krijgen dat niet eerst alles tot achter de komma moet zijn uitgedacht, gewikt, gewogen en overlegd voordat ergens mee kan worden gestart.
„Na 25 jaar bezuinigen zit de voorzichtigheid hier tot in de vezels. Je ziet bijvoorbeeld aan het begin van een nieuw jaar dat mensen liever geen geld uitgeven. Want de voorjaarsnota zou zomaar een nieuwe bezuiniging kunnen bevatten en daar kan je maar beter alvast rekening mee houden. Mensen vragen daarom altijd bij een besluit: weet je het zeker? Daar moeten we vanaf.”

Groeien
„We kunnen groeien. Daar hebben we anderhalf miljard per jaar voor. We moeten er niet alleen over praten, maar het vooral doen. Daarbij staat voor mij vast dat we steeds meer toe gaan naar het kunnen beschikken over personeel en materieel op het juiste moment dan over het in dienst hebben en bezitten. Een beetje zoals Netflix en Spotify? Ja, daar lijkt het wel op.”

Bron: Telegraaf / Defensie