monteurs-113-herstelpeloton-air-assault_noventas-by-mindef

Defensie naar Netflix-model: Flexkracht wordt het toverwoord

Door het inzetten van flexkrachten en delen van materieel met het bedrijfsleven hoopt defensie zich snel te kunnen omvormen tot een leger dat klaar is voor de dreigingen van nu.
Defensie probeert door samenwerking met bedrijven en andere overheden meer cyberspecialisten, artsen, monteurs en vrachtwagenchauffeurs binnen te krijgen. Dit zijn functies waar de krijgsmacht veel vacatures kent. Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer hoopt die deels in te vullen door personeel te gaan delen met andere werkgevers. Hetzelfde zou kunnen met materieel; bijvoorbeeld vrachtwagens. Het grootste deel van het jaar rijden ze voor transportbedrijven, maar tijdens grote oefeningen of missies kan het leger ze opeisen.
De deze herfst aangetreden hoogste militair van ons land heeft een serie problemen op zijn bordje. Tot de grootste behoren: duizenden vacatures, een door een kwarteeuw bezuinigingen aangetast materieelpark en tegelijkertijd snel toenemende en veranderende dreigingen in de wereld. Volgens de luitenant-admiraal voldoen traditionele oplossingen niet meer.

Jaren verder
„Dat zou betekenen er intern over praten, afstemmen in het Haagse met andere departementen, overleg met bonden… Voordat je iets voor elkaar hebt, ben je jaren verder en kan je al bijna weer beginnen met de reorganisatie. Ik heb het gezien met de instelling van ons Cyber Commando. Tussen de conclusie dat we dat nodig hadden en het moment dat er een club van vijftig man aan het werk was, zat vier jaar. In de wereld van vandaag heb je die tijd niet. De krijgsmacht moet zich sneller kunnen veranderen.”
Commandant der Strijdkrachten (CDS) Rob Bauer zoekt de oplossing in een leger dat zich voortdurend en snel kan aanpassen naar de behoefte en omstandigheden. Zowel als het gaat om mensen als om materieel. Het voorbeeld van hoe dat kan, komt uit de Uruzgan-periode. Defensie had toen veel chirurgen en anesthesisten nodig. Omdat voor hen buiten missies nauwelijks werk is, maakte de krijgsmacht afspraken met ziekenhuizen. Zij stellen personeel wat zin in dit zware werk heeft op elk gewenst moment ter beschikking. In ruil daarvoor betaalt defensie permanent een deel van hun salaris.




„In jaren zonder missies is dat financieel mooi voor het ziekenhuis”, legt Bauer uit. „Voor ons is het de investering waard omdat we zeker over deze mensen kunnen beschikken. Datzelfde zouden we bijvoorbeeld kunnen doen met chauffeurs, monteurs en ict-personeel. De beste cybermensen kunnen wij niet eens betalen. Tegelijkertijd hebben we ze wel iets te bieden: ze mogen bij ons legaal hacken. Van die ervaring worden ze beter en profiteren ze in hun dagelijkse werk. Wanneer wij afspraken met bedrijven maken en die mensen bij twee bazen tegelijk werken, hebben zij en wij het beste van twee werelden.”

Schil
„Het gaat met name om functies in de schil om onze gevechtseenheden heen. Een infanterist, matroos of marinier kan je niet flexibel inhuren. Hun vaardigheden en opleiding vind je alleen bij ons. Maar onderschat het belang van de ondersteunende eenheden niet. Een flink deel van de eerste 400 miljoen die we nu investeren, gaat daarheen.
Tijdens de bezuinigingen zijn de ondersteunende eenheden het zwaarst aangepakt en het gaat om personeel – bijvoorbeeld techneuten – dat ook elders zeer gewild is.”
Niet alleen het bedrijfsleven ziet defensie als mogelijke partner. Ook andere overheden zijn daar wat Bauer betreft geschikt voor. Zo lijkt het hem logisch dat militairen van gevechtseenheden die traditioneel jong instromen om een paar jaar later het leger weer te verlaten, gekoppeld worden aan bijvoorbeeld de politie. Daar is juist een groot tekort aan mensen terwijl de basisvaardigheden van militairen en agenten overlappen. „Ik zit maandelijks met Erik Akerboom (hoofd nationale politie red.) en dan is dit een van de onderwerpen waar we het over hebben.”

monteurs-van-113-herstelpeloton-air-assault_b_noventas-by-mindef

Truckers
Ook materieel zou kunnen worden gedeeld. Defensie kijkt in eerste instantie naar zwaar materieel als graafmachines, hoogwerkers en vrachtwagens. Daarvan zijn er op piekmomenten zoals tijdens grote oefeningen of inzetten veel meer nodig dan in de rest van het jaar.
De Commandant der Strijdkrachten denkt aan het kopen van trucks samen met een transportbedrijf. De onderneming zet de wagens het grootste deel van het jaar in, maar wanneer het leger ze nodig heeft, kunnen ze met chauffeurs en al onder de wapenen worden gebracht. Alleen in geval van missies zouden truckers of andere deeltijdkrachten een militaire training moeten volgen en als reservist worden ingezet.
Bauer wil zich niet vastpinnen op hoeveel openstaande functies zo kunnen worden ingevuld of hoeveel geld er met de uitvoering van dit project is gemoeid. „Dat vinden controllers ook moeilijk”, glimlacht hij. Het gaat hem vooral om de denkrichting en het gevoel dat mensen binnen defensie moeten krijgen dat niet eerst alles tot achter de komma moet zijn uitgedacht, gewikt, gewogen en overlegd voordat ergens mee kan worden gestart.
„Na 25 jaar bezuinigen zit de voorzichtigheid hier tot in de vezels. Je ziet bijvoorbeeld aan het begin van een nieuw jaar dat mensen liever geen geld uitgeven. Want de voorjaarsnota zou zomaar een nieuwe bezuiniging kunnen bevatten en daar kan je maar beter alvast rekening mee houden. Mensen vragen daarom altijd bij een besluit: weet je het zeker? Daar moeten we vanaf.”

Groeien
„We kunnen groeien. Daar hebben we anderhalf miljard per jaar voor. We moeten er niet alleen over praten, maar het vooral doen. Daarbij staat voor mij vast dat we steeds meer toe gaan naar het kunnen beschikken over personeel en materieel op het juiste moment dan over het in dienst hebben en bezitten. Een beetje zoals Netflix en Spotify? Ja, daar lijkt het wel op.”

Bron: Telegraaf / Defensie

oudere-tanks_noventas-by-mindef

Bauer: Defensie en TNO hebben elkaar nodig

Om aangehaakt te blijven bij de nieuwste ontwikkelingen is samenwerking tussen Defensie en TNO zeer belangrijk. Beide hebben al 70 jaar een bijzondere band. “Die heeft ons veel gebracht en ook wederzijds afhankelijk gemaakt”, aldus Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer. “TNO kan niet zonder Defensie en Defensie kan niet zonder TNO.”
Hij zei het vandaag in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg ter gelegenheid van 70 jaar TNO defensieonderzoek. Er zijn volgens Bauer maar weinig landen die deze bijzondere constructie kennen: een kennisinstituut dat los staat van de defensieorganisatie en dat tegelijkertijd tot in de haarvaten aanwezig is.

Synergie
Bauer zei dat graag zo te willen houden. “Sterker nog: wij koesteren de onafhankelijke, wettelijk vastgelegde positie van TNO. Die betekent namelijk dat TNO ook onderzoek doet voor derden. Dat levert synergie op. Het stelt TNO in staat om ons internationaal te vertegenwoordigen. Daardoor heeft het ingangen, die er anders niet zouden zijn. En dat komt uiteindelijk ook Defensie ten goede.”
Gebruikers en onderzoekers moeten volgens Bauer constant met elkaar in gesprek blijven. Anders komen kennis en innovatie niet goed tot stand. Defensie is in toenemende mate afhankelijk van innovaties uit de commerciële sector. Die zijn soms rechtstreeks bruikbaar in vliegtuigen, schepen, gevechtsvoertuigen of andere systemen. Hij is voorstander van ‘van de plank’ kopen waar dat kan en zelf ontwikkelen waar nodig.




Schadelijke effecten bezuinigingen
Luitenant-admiraal Bauer zei dat de bezuinigingen ervoor hebben gezorgd dat het piept en het kraakt bij Defensie. Zij hebben ook de relatie tussen Defensie en TNO beïnvloed. “Ik kan dat niet mooier maken dan het is. Maar met de extra middelen die aan Defensie zijn toegekend, is het tij gekeerd.”
Het kennisinstituut moet voor Defensie onderzoeken wat de technologieën van de toekomst zijn. “Dat is diepgaand risicodragend verkennend onderzoek. Trial and error”, aldus Bauer. “Onze krijgsmacht moet robuust weerstand kunnen bieden aan dreigingen en moet zich ook constant kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Korte termijn- en lange termijninspanningen zijn nauw met elkaar verweven.”

Revolutionaire innovaties
Bauer brak een lans voor investeren in internationale samenwerking in zowel NAVO-als Europees verband. Dat soort samenwerkingsverbanden kunnen zorgen voor lagere kosten, snellere innovatie, meer interoperabiliteit, minder dubbel werk en meer gemeenschappelijke standaarden. “Dat is allemaal hard nodig. Want de dreigingen waar we mee te maken hebben, worden steeds diverser en complexer. Samen kunnen wij komen tot de revolutionaire innovaties, waar onze militaire geschiedenis bol van staat. Ik ben benieuwd wat dat ons gaat brengen, want innovatie is nooit wat je verwacht.”

Bron: Defensie