cv90_noventas-by-mindef

Koninklijke Landmacht bereidt zich voor op snelle NAVO-inzet

Hightech pantservoertuigen en andere zware militaire voertuigen verlieten vandaag de poort van de Johannes Postkazerne in Havelte uit. 10-tallen zelfs. Ze reden naar Steenwijk om van daaruit per trein richting Duitsland te gaan. Daar bereidt de Koninklijke Landmacht zich volgende week voor op deelname aan de NAVO-flitsmacht in 2019.

Vanaf 1 januari 2019 is Duitsland verantwoordelijk voor de landcomponent van de flitsmacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Het land heeft dan de leiding over ongeveer 3.000 militairen afkomstig uit diverse NAVO-lidstaten.
Het Nederlandse 45 pantserinfanteriebataljon (45 Painfbat), inclusief een Duits-Nederlandse tankcompagnie, is een prominent onderdeel van de deze flitsmacht in 2019. Het gaat om meer dan 500 militairen. 45 Painfbat is onderdeel van 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte.




Amfibische taakgroep
Naast de bijdrage aan de landcomponent (waaronder logistieke ondersteuning en het Duits-Nederlandse hoofdkwartier uit Münster) levert Nederland ook een amfibische taakgroep aan de maritieme component. Voor de luchtcomponent stelt Nederland een KDC-10 tank- en transportvliegtuig beschikbaar. Ook zij doorlopen dit jaar een VJTF-opwerktraject met diverse oefeningen. Dit traject wordt in oktober en november afgesloten met de grote NAVO-oefening Trident Juncture in Noorwegen. Daaraan doen bijna 40.000 NAVO militairen mee.

Duidelijk signaal
De VJTF is het snelst inzetbare onderdeel van de NAVO Response Force (NRF). De VJTF is opgericht na de NAVO-top in Wales in 2014. Hier werd door de NAVO-partners besloten de collectieve verdediging van het bondgenootschap te versterken en te zorgen dat de NAVO altijd voldoende eenheden paraat heeft.

cv90s-op-weg_noventas-by-mindef

De VJTF kan bij een potentiele dreiging worden ingezet of als een conflict uit de hand dreigt te lopen. Zo is een conflict in de kiem te smoren. De snelle aanwezigheid van de NAVO-eenheden in een conflictgebied geven een duidelijk signaal af aan potentiële tegenstanders: elke aanval op de soevereiniteit van de NAVO resulteert in een gezamenlijke militaire reactie van alle 29 NAVO landen.

Bron: Defensie

CV-90_Noventas by MinDef

Materieelprobleem bij Defensie blijf groot

Defensie heeft chronisch geldgebrek. De hierdoor veroorzaakte materieeltekorten hebben volgens vakbonden veel grotere gevolgen dan tot nu toe bekend was. Uit een rondgang van de VBM blijkt dat de marine vrijwel geen helikopter de lucht in kan sturen, ruim de helft van de F-16’s niet vliegt en 50 procent van de zware pantservoertuigen stilstaat.

Volgens de rapportages die de minister de afgelopen jaren naar de Tweede Kamer stuurde loopt Defensie op haar tandvlees. Exacte cijfers zijn in verband met de ’operationele veiligheid’ nooit verstrekt. Daarom reageert Defensie ook inhoudelijk niet op informatie die medewerkers via hun vakbond naar buiten brengen. Zij hebben die stap gezet omdat ze volgens de VBM volstrekt moedeloos worden van de huidige situatie.

Het pijnlijkste verhaal dat ze melden gaat over de nog vrijwel nieuwe NH90 helikopters. Nederland heeft er achttien. Ze zijn vooral bedoeld als boordheli voor de marine. Slechts twee kunnen er de lucht in. Nog niet bekend was hoe dat kan.
Volgens VBM-voorzitter Jean Debie komt het doordat het aan geld ontbreekt om voldoende van de speciale F44 brandstof in te slaan. De tekorten zijn duidelijk zichtbaar in het aantal vlieguren. „In het laatste kwartaal van vorig jaar mikte de marine op 611 vlieguren; het werden er 378. Over het hele jaar bleef het aantal vlieguren dertig procent achter bij de doelstelling”, weet de vakbondsman.

NH90_Noventas by MinDef

Ook de Koninklijke Landmacht heeft het moeilijk. Volgens de vakbond gaat het met de CV90 en Fennek pantservoertuigen ook moeilijk. En dan te bedenken dat deze de ruggengraat van de Landmacht vormen. Grofweg de helft van de zware militaire voertuigen staat stil omdat er ook hier geen reservedelen zijn om ze te repareren.

fennek_noventas-by-mindef

Ook alle schepen de in Den Helder aan de kade liggen in plaats van op zee zijn een teken van armoe. Het ontbreekt aan onderdelen om ze varend te krijgen. Hennis schreef dat er ’veel onderdelen van systemen worden herverdeeld’. Wat precies werd echter niet duidelijk. Debie weet het wel. „Het gaat om essentiële onderdelen zoals radar, satellietnavigatie en communicatieapparatuur. Ze worden uit het ene schip gehaald en zonder revisie overgezet op het andere. Alleen zo kunnen de schepen op missie.”

Deze herverdeling van materiële armoede noemen ze binnen Defensie inmiddels kannibalisatie. Het gebeurt op grote schaal bij allerlei soorten voertuigen. Zelfs Apache gevechtshelikopters (aanschafprijs: 20 miljoen euro per stuk) worden uit elkaar gehaald om reservedelen te krijgen waarmee technici andere vliegend kunnen houden.
Ook de 61 F-16’s van de Luchtmacht kunnen lang niet allemaal de lucht in. Hennis schreef vorig jaar herfst dat er dit jaar genoeg zullen zijn om de vereiste inzetnorm te halen. Deze inzetnorm is echter 11 toestellen! Debie geeft aan: „Er kunnen er 19 missies vliegen. Vier in de Baltische staten voor de Baltic Air Police, en vijftien in Nederland voor de bescherming van het eigen luchtruim. Dat is het”. „Er staan er nog zes in de VS voor training en opleidingen en de rest kan niet vliegen vanwege onderhoud of omdat er geen reservedelen zijn om ze te repareren.”




Ondanks dat de problemen bij Defensie een belangrijk onderwerp waren tijdens de verkiezingen, vrezen Jean Debie en zijn collega Anne Marie Snels van de AFMP dat beloofde miljarden voor Defensie de formatietafel niet zullen overleven. „Er is jaarlijks twee miljard euro extra nodig om de boel op orde te krijgen. Wil je broodnodig materieel als vrachtwagens vervangen, dan moet er nog meer bij”, weet Snels. „Komt dat geld er niet, dan krijgen de militairen grotere problemen met de uitvoering van taken”, vult Debie aan. „De commandanten van de landmacht, luchtmacht en marine zullen steeds meer ’nee’ moeten zeggen tegen politieke opdrachten.”

Bron: Telegraaf / Defensie