onderzeeboot-zr-ms-dolfijn-voor-de-kust

Defensietrauma kleurt debat over nieuwe onderzeeboten

Het gaat slechts om vier onderzeeboten, maar het debat erover is beladen. De Bruinvis, de Dolfijn, de Walrus en de Zeeleeuw, boten uit de zogeheten Walrusklasse, worden na bijna dertig jaar bedankt voor bewezen diensten. Een nieuw type onderzeeboot, dat tussen 2027 en 2031 moet gaan varen, gaat minstens €2,5 mrd kosten. De Tweede Kamer debatteerde er vorige week over met defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert.
Nieuwe onderzeeboten zijn hard nodig, meent de demissionaire minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD). Ze wijst op het belang van veilige scheepvaartroutes en havens. ‘Dit gaat niet alleen om werkgelegenheid, maar ook om de prijzen van benzine aan de pomp. Stel je voor dat de olietoevoer stokt.’

Genderneutrale onderzeeboot
De nieuwe boten zullen zich onder meer toeleggen op het vergaren van inlichtingen. Het vereist peperdure apparatuur om stil te varen en snel te kunnen duiken. De minister bepleit ‘een genderneutrale onderzeeboot’. Ook vrouwelijke matrozen moeten zich thuis kunnen voelen in de krappe kajuit. Hoe dat eruit gaat zien is nog onbekend.
Dat de oude boten, die sinds begin jaren negentig dienst doen, straks uit de vaart moeten worden genomen, is politiek onomstreden. Daar stopt de consensus, zo bleek in de Kamer. GroenLinks, SP en Denk overwegen helemaal geen nieuwe onderzeeboten aan te schaffen en wellicht elders in de krijgsmacht te investeren. Ook de PVV is niet per se voor nieuwe boten. ‘Hoe helpt een onderzeeboot tegen terroristische dreiging’, vroeg fractiespecialist Gabriëlle Popken zich af.
Alle partijen maken zich zorgen over de kosten. Defensie kan nog geen bovengrens aangeven. ‘Ik heb nooit gesuggereerd dat het bij €2,5 mrd blijft’, zei Hennis. Daarmee strooit de bewindsvrouw zout in een open wond. Al jaren wordt aan het Binnenhof gemopperd dat Defensie te makkelijk over haar budgetten heen gaat. Ook bij de nu te vervangen boten ging het in het verleden mis. Door slechte planning en voortdurend bijgestelde ontwerpen bleek de bestelde Walrus in de jaren tachtig 65% duurder uit te vallen dan de berekende kostprijs. Daarmee was de Walrus-affaire geboren.




Schijnnauwkeurigheid en schijnzekerheid
Bij de vervanging van de F16-gevechtstoestellen kreeg het parlement volgens de Algemene Rekenkamer zestien jaar lang te beperkte informatie over de financiële randvoorwaarden. Dat moet met de onderzeeboten niet opnieuw gebeuren, maande de Rekenkamer vorig jaar.
Maar Hennis wil waken voor ‘schijnnauwkeurigheid en schijnzekerheid’. Grote investeringsprojecten kosten tijd. In 2013 vroeg een Kamermeerderheid het kabinet de vervanging van de onderzeeboten te onderzoeken, twee jaar later kwam de minister met haar toekomstvisie. ‘Gaandeweg zal het inzicht in de kosten toenemen’, belooft Hennis.
Dat moet gebeuren in een volgend jaar te verschijnen document. De Kamer geeft haar die tijd. Moties om nu al meer duidelijkheid te geven over de kosten (SP) of de mogelijke aanschaf van ander wapentuig (GroenLinks) haalden het donderdag niet.

Wensdromen
Het door bezuinigingen uitgeklede departement heeft naast de onderzeeboten nog meer zaken op zijn boodschappenlijst staan, zoals nieuwe fregatten en mijnenjagers. En wat te denken van 37 F35-gevechtsvliegtuigen (JSF) — kosten €4,6 mrd — waarover het gerucht gaat dat de Koninklijke Luchtmacht er nog meer wil bestellen?
‘Is het niet gek om nieuwe onderzeeboten te eisen, terwijl er nog steeds een tekort aan munitie is’, zei Clingendael-onderzoeker Dick Zandee in maart. Zonder miljarden erbij blijven de investeringen wensdromen. Het antwoord moet komen van de formatietafel.

Bron: Financieel Dagblad / Defensie