Den Haag, 10 mei 2015.Vandaag wordt de duitse aanval op Nederland herdacht, oa op het ILSY plantsoen bij de oude verkeerstoren van het vliegveld Ypenburg alwaar in de meidagen van 1940 hard is gevochten. Lt gen Mart de Kruijff heeft verschillende onderscheidingen uitgereikt aan nabestaande van mensen die daar hebben gevochten maar ook aan nabestaanden van oud BSers. foto: MCD/Evert-Jan Daniels

Postuum Mobilisatie-Oorlogskruis voor KNIL-militairen

Ere wie ere toekomt, aldus Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Hans van Griensven. Hij reikte gisteren op de Zwaluwenberg postuum 6 Mobilisatie-Oorlogskruisen uit aan nabestaanden van militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL).
“6 mensen die door de loop van de geschiedenis nooit erkenning en waardering hebben gekregen voor hun rol in die geschiedenis. Vandaag zijn wij bij elkaar om dat recht te zetten. Om na al die jaren alsnog erkenning en waardering te tonen”, zei Van Griensven.

Landstorm en Stadswachten
De KNIL-militairen boden gewapend verzet tegen de oprukkende Japanse militairen in de buurt van het dorp Porsea in Midden-Sumatra. Ze namen deel aan gevechten die tussen 12 en 26 maart 1942 op Sumatra plaatsvonden. Dat is nadat de rest van Nederlands-Indië had gecapituleerd.
Het gaat om kanonnier Gerrit van Gerrevink, soldaat Cornelis Eikens, soldaat Bernard Rinz Agerbeek, sergeant Rinz Louis Agerbeek, sergeant Carel Christiaan Johan van Braningen en soldaat Georg Joseph Alexander Bickel. De gesneuvelden maakten deel uit van de Landstorm, de Stadswachten en de militie.




De Landstorm werd voor de Tweede Wereldoorlog opgericht om het KNIL te versterken. Die bestond uit mannen die te oud waren voor de reguliere eenheden. Ze konden in geval van nood toch worden opgeroepen, meestal voor de territoriale verdediging. Tenslotte werden de Stadswachten en Landwachten gevormd. Die bestonden uit mannen die niet in aanmerking kwamen voor de reguliere eenheden of de Landstorm, maar zich vrijwillig meldden om bijna letterlijk hun eigen huis en haard te beschermen als laatste verdedigingslinie.

Onrecht aangedaan
“Het tonen van erkenning en waardering voor onze veteranen is niet altijd vanzelfsprekend geweest”, zei Van Griensven. “In het verleden is dat té vaak achterwege gebleven. Wat daarvoor ook de reden mag zijn geweest, door die erkenning en waardering niet te tonen hebben we onrecht gedaan aan mensen die vaak alles hebben gegeven om hun samenleving te dienen. Om te beschermen wat hen dierbaar was.”

Nederland toont zijn erkenning en waardering door “hun namen te noemen, door hun verhalen te vertellen, en door aan hun nabestaanden voor ieder van hen het Mobilisatie Oorlogskruis uit te reiken. Voor de loyaliteit en trouw waarmee zij de overheid en de samenleving hebben gediend onder de moeilijkste omstandigheden.”

Bron: Defensie

defile dutchbatters veteranendag 2016_Noventas by MinDef

Onderzoek naar problemen Dutchbat-veteranen

Defensie laat de gevolgen voor Dutchbat III-veteranen van hun uitzending naar Srebrenica onderzoeken. Bijna 23 jaar nadat de enclave viel, kampt een aantal veteranen nog met (psychische) problemen. Onafhankelijk onderzoek moet inzicht geven en leiden tot een zorg- en ondersteuningsadvies.
De Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) is om advies gevraagd voor een goede, onafhankelijke uitvoering. Het onderzoek wordt opgedeeld in fases.




Een verkenningsfase voor het inventariseren en afstemmen van de verwachtingen van de partijen. Deze startte op 1 januari 2018 en eindigt naar verwachting in april. Defensie formuleert vervolgens de definitieve onderzoeksopdracht met de bijbehorende vragen. Ook zorgt Defensie voor aanbesteding van het onderzoek. Het daadwerkelijke onderzoek duurt naar verwachting 1 tot 1,5 jaar.

Begeleidingscommissie Borstlap
Hans Borstlap vormt de onafhankelijke begeleidingscommissie in de verkenningsfase. Hij was van 2002 tot 2016 Raad van State-lid. Daarnaast was hij raadsadviseur van het kabinet van de minister-president en directeur-generaal op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 2014 was Borstlap voorzitter van de commissie die het intern functioneren van de Nederlandse Zorgautoriteit onderzocht. Ook zat hij in de commissie die de besluitvormingsprocessen binnen de Belastingdienst (2016-2017) onderzocht.

Borstlap rapporteert zijn bevindingen over de verkenningsfase schriftelijk. In overleg met Borstlap wordt de commissie voor de 2e fase uitgebreid.

Bron: Defensie